‘Hoe moet dat nu met jou?’
Afscheid nemen en opnieuw beginnen in landhuis Oosterhouw
Blij en trots! De documentaire Hoe moet dat nu met jou heeft na meer dan tien jaar productietijd de distributiefase bereikt. In de film zie je hoe het leven van de markante bewoners van Landhuis Oosterhouw én het huis zelf ingrijpend verandert. Een uniek en intiem tijdsbeeld.
Het leven van de markante bewoners van Landhuis Oosterhouw én het huis veranderen ingrijpend. Ooit was het prachtige landhuis in het noorden van Groningen de woon- en werkplek van dichter C.O. Jellema. Hier omringde hij zich met zijn echtgenoot, tuinontwerper Klaas Noordhuis, in rijk gedecoreerde kamers vol schilderkunst, boeken, een vleugel en een wonderschone tuin. Maar Jellema is, onder de verzuchting ‘hoe moet dat nu met jou?’, overleden in Klaas’ armen. Niet lang daarna trekt toneelontwerper Christiaan Klasema, die dan al tien jaar in een klooster leeft, bij de rouwende Klaas in.
De twee mannen wonen dertien jaar samen in het landhuis en hebben daar een eigen wereld gecreëerd. Een soort Downton Abbey zonder personeel. De door Klaas ontworpen park-tuin is opengesteld voor bezoekers. Christiaan heeft het landhuis omgetoverd tot een dramatisch geheel waar gasten bij huisconcerten, retraites en poëzieavonden zich afvragen of ze in een authentiek negentiende-eeuws interieur of een uit de hand gelopen toneeldecor verblijven. Maar schijn bedriegt: huis en tuin raken in verval en ook de relatie wankelt, omdat onderhoud fysiek en financieel nauwelijks op te brengen is. Ze zetten het huis te koop, maar er komen geen kopers.
Christiaan werkt inmiddels in Amsterdam bij theatergezelschap Mugmetdegoudentand. Zolang Oosterhouw niet verkocht is woont hij tijdelijk op een minimalistisch ingerichte etage in de hoofdstad. Klaas zou op de verdieping daaronder komen, maar die ruimte is nog niet beschikbaar. Op Oosterhouw neemt huisbeheerder Wilbert voorlopig zijn intrek. Door de uitgestelde verhuizing trekt Klaas zich diepongelukkig terug in de werkkamer van zijn overleden echtgenoot Jellema. Bovendien krijgt hij verontrustend nieuws: in een bevolkingsonderzoek is bloed in zijn ontlasting gevonden.
Ondertussen ergert Klaas zich aan Wilberts poging van Oosterhouw een ‘jeugdherberg’ te maken. Als de verhuizing van Klaas eindelijk doorgaat, is het een emotionele rollercoaster. De verhuizers moeten hem troosten. In Amsterdam richt hij zijn verdieping in als een miniatuur-Oosterhouw. Even lijkt het goed te gaan, maar dan hoort Klaas dat hij uitgezaaide longkanker heeft.
Na de dood van Klaas keert Christiaan terug naar Oosterhouw om te doen wat hij eigenlijk altijd al wilde. Met hulp van Wilbert en een team klussers worden de stervormige hagen uit de voortuin verwijderd. De gang wordt wit gestuukt het behang wordt van de muren gescheurd en de tapijten van de vloer. Waar Klaas en hij jarenlang probeerden de magie van Jellema’s woon- en werkplek te behouden, komt het huis nu uit de negentiende-eeuwse wereld in de moderne tijd. Christiaan maakt plannen om van Oosterhouw een ‘Wunderkammerhotel’ te maken, doordrongen van kloosterlijke waarden als studeren, dagritmes en aandacht, bedoeld voor jonge kunstenaars.
Drie jaar later vult Oosterhouw zich met belangstellenden voor een kijkdag. Na een hartaanval besluit Christiaan het huis te verkopen. Uiteindelijk verlaat ook hij Oosterhouw, zoals generaties voor hem. Wat bewoners veranderen, dromen of achterlaten: Oosterhouw absorbeert het, vormt het om en laat het weer los. Het huis blijft een tijdcapsule die wacht op de volgende bewoners.

